Snowpiercer

Het was lang geleden dat een film zo lang in mijn hoofd bleef rondspoken.

Misschien bleef de film zo lang hangen omdat het een geweldige film was, of misschien omdat ik gechoqueerd was door de gewelddadige beelden in deze film. Waarschijnlijk beide.

De film speelt zich af in een futuristisch scenario. Als oplossing voor global warming heeft de mensheid de wereld ‘gekoeld’. Alleen had men dat blijkbaar niet goed ingeschat, want met die koeling stierf heel de mensheid uit. Alleen de mensen die op de trein zaten hebben kunnen overleven. De trein bestaat uit verschillende klassen en het hoofdpersonage bevindt zich in de laagste klasse, waar de levensomstandigheden nauwelijks leefbaar zijn en waar men verschrikkelijk onderdrukt wordt. Deze film is een kritiek op onze hedendaagse maatschappij, geplaatst in een trein.

Maar met deze droge info heb ik nog niet de sfeer beschreven die ik nog steeds voel. Meestal heb ik niet meteen een diepe connectie met futuristische films, omdat ze altijd een beetje bombastisch zijn: ofwel vergaat heel de wereld, ofwel is de wereld een krioelende massa van vliegtuigjes en hoge gebouwen en special effecten geworden. Maar de soberheid van deze film, namelijk onze maatschappij verpakt in een trein, maakt dat de sfeer in de film tastbaar wordt.

Wat betreft choquerende beelden: er komen er wel wat in voor. Niet dat het een horrorfilm is, maar ik heb wel een aantal keer met mijn handen voor mijn ogen gezeten. Maar ik ben dan ook niet het meest dappere type. Opvallend vond ik de actiescènes. Het zijn geen typische actiescènes, die gewoon tijdsinvulling lijken voor de film en waar de camera over en weer bibbert met hier en daar een ontploffing. Nee, het zijn actiescènes die passen in het verhaal en ook een toevoeging zijn. In de gevechtsscènes is de paniekerige en akelige sfeer ook goed gevangen en lijkt ze door het scherm over je heen te spoelen. De regisseur leek meer de sfeer van het gevecht te proberen vangen dan de details van het gevecht zelf. Deze actiescènes worden afgewisseld met tragere scènes waar intense dialogen plaatsvinden.

De film is zo sterk omdat ze van een gewelddadig en kolkend tempo kan omslaan in een traag tempo, waar er tijd wordt genomen om de emotie en de intensiteit te vangen.

Dit was een film die me nog niet heeft losgelaten, nog steeds aan me kleeft en die ik zo snel mogelijk opnieuw wil zien.

Julius Caesar – Shakespeare

images

Shakespeare lezen is heerlijk op verschillende manieren. Maar waarom is dit boek nu zo heerlijk? Ik was beschrijvingen aan het opzoeken van al Shakespeare’s tragedies, want ja, je eerste Shakespeare moet er wel goed op zitten. ‘Julius Caesar’ werd beschreven als een psychologische tragedie. Ik kick op psychologie. Ik heb me altijd al aangetrokken gevoeld tot dramatische, gekwelde verhalen waar geen uitweg is… Het blijkt dat ‘Julius Caesar’ van Shakespeare daarin meesterlijk is.

Ondanks de titel ‘Julius Caesar’ draait het boek niet om Caesar, eerder om zijn dood en hoe de moordenaars daarmee omgaan. Het is een heel originele en mooie invalshoek van Shakespeare. We leren bij geschiedenislessen dat Caesar de goeierik is en dat de moordenaars natuurlijk de slechteriken zijn, maar Shakespeare draait met dit boek de wereld op zijn kop waardoor we op het einde niet meer weten wie nu slecht en wie nu goed is.

Als wij denken aan Brutus, zien wij hem als de grote verrader van Caesar. Brutus, de engel van Caesar, zijn aangenomen zoon… Er bestaat toch niets erger dan een zoon die zijn eigen vader vermoordt, denken we dan. Maar Shakespeare laat ons de andere kant zien van Brutus. Namelijk dat Brutus altijd handelt vanuit zijn gouden hart en uit bestwil voor anderen. Hij komt helemaal niet over als een slechterik. Eerder dat hij zó goedhartig is dat hij naïef wordt en zich laat meeslepen door Cassius.

De scène waar Brutus zit te tobben, de nacht voor de iden van maart, is de mooiste scène. In deze scène zie je zijn twijfels en hoe hij zichzelf probeert te overhalen om zijn eigen pleegvader te vermoorden. Hij had veel valse berichtjes gekregen die hem aanmoedigden om een einde te maken aan Caesar. Maar deze berichten kwamen niet van het volk, maar van de geniepige Cassius. Het feit dat Brutus na zo veel aanmoedigingen nog steeds is aan het tobben, is voor mij een teken dat hij een goede man is. Hij wil geen overhaaste beslissingen nemen en hij wil zeker weten dat hij goed gaat handelen. Uiteindelijk vermoord hij Caesar uit bezorgdheid om Rome. “I love Caesar, but I love Rome more.”

Maar ik weet niet echt of dat wel werkelijk zijn reden was. Ik denk dat Brutus wel degelijk dacht dat hij Caesar vermoordde voor Rome, maar één zinsdeeltje laat precies een glimps tonen van zijn onderbewuste reden: “Fashion it this way…” “Bekijk het op deze manier, op deze manier is het toch wél gerechtvaardigd dat ik hem zou vermoorden?” Het lijkt alsof Brutus het gerucht dat Caesar machtsgeil is probeert of zelfs wíl geloven. Zijn ratio lijkt hier te verzwakken, want zijn nuchter verstand zou moeten weten dat het onmogelijk is te bewijzen dat Caesar een slechte heerser zal worden. Hij kan toch niet in de toekomst kijken? Volgens mij vormde op dat moment Caesar nog geen groot genoeg gevaar om hem te vermoorden. Maar de senaat is Caesar gewoon liever kwijt dan rijk, en de angst die de senaat koestert voor Caesar heeft een aanstekelijk effect op Brutus.

Caesar in realiteit was misschien in werkelijkheid een onbegrepen vriendelijke heerser, en dus een goeierik, maar zelfs dat beeld brengt Shakespeare aan het wankelen. Op de iden van maart toonde Caesar namelijk een verschrikkelijke ijdelheid en koppigheid tegenover een jongeman die op zijn knieën komt smeken om zijn broer vrij te laten. Met deze arrogante houding bevestigde hij voor de senaat dat hij een slechte heerser zou zijn. Was Caesar misschien toch een gevaar? Verdiende Caesar het misschien dus toch om te sterven?

Dan heb je nog Anthony, die een aanhanger was van Caesar. Brutus is verrasend vriendelijk tegenover Anthony, ondanks dat hij een aanhanger van Caesar was. Brutus staat Anthony toe een speech te geven ter ere van Caesar. Wat Brutus niet wist was dat dit zijn ondergang zou zijn. Anthony maakte gebruik van die gelegenheid om het volk op te jutten tegen Brutus en zijn aanhangers.

Nu ontstaat er een complexe situatie: wie is er nu goed en wie is er nu slecht? Caesar zou goed kunnen zijn, maar toonde ons dat hij misschien toch machtslustig zou worden. Cassius zouden we als goed kunnen beschouwen als we hem bekijken als de held die net op tijd Caesar als een gevaar heeft erkent. Langs de andere kant blijft het een vraag of Caesar werkelijk een gevaar is. Wat zijn Cassius zijn motivaties dan echt? Voelt hij zich bedreigt? Handelt hij enkel uit schrik voor zichzelf? Brutus lijkt een goede jongen die altijd heel beredeneerd is en werkelijk het beste wil voor het volk, maar langs de andere kant doet hij het ergste van allemaal: hij steekt zijn pleegvader, Caesar, als verrader neer. Kan je wel nog goed worden genoemd het bloed van je pleegvader aan je handen? Is Anthony dan goed? Als trouwe aanhanger van arme Caesar? Of is hij eigenlijk kwaadaardig aangezien hij het volk opjut tegenover Brutus in een speech die Brutus zo vrijgevig hem had toegestaan?

De boodschap die Shakespeare wil overbrengen is voor mij zeer duidelijk: Er bestaan geen ‘slechteriken’ en ‘goeieriken’ zoals in de kinderboekjes. Slechteriken en goeieriken ontstaan vanuit perspectieven, subjectieve meningen.

“There is nothing either good or bad, but thinking makes it so.” (~Hamlet)

Norwegian Wood – Haruki Murakami (analyse hoofdpersonage)

ImageInleiding: Het boek heeft me zeer diep geraakt, maar als er iets was wat ik in eerste instantie slecht vond aan het boek, was het het hoofdpersonage. Het lijkt voor jou misschien niet mogelijk om een hoofdpersonage slecht te vinden en het boek zelf fantastisch. Daarom ga ik in deze boekbespreking uitschrijven wat me stoorde aan het hoofdpersonage, waarom, en achteraf besluiten of het nu werkelijk het boek slechter maakt of niet.

  • Watanabe was een eigenaardig hoofdpersonage: zijn karakter sprong er niet echt uit. Voor een hoofdpersonage valt het op als zijn karakter niet echt opvalt. Meestal creëren schrijvers hoofdpersonages waar iets boeiend of speciaal aan is: het hoofdpersonage is bijvoorbeeld onbewust onweerstaanbaar (Bella van Twilight), of heeft cynische maar grappige kant (Patroklus in Song of Achilles) of heeft tenminste een aantrekkelijke persoonlijkheid waardoor je graag in het personage zit. Zijn reacties en handelen worden automatisch een boeiend deel van het verhaal. (Holden Caulfield in Catcher of the Rye). Wat al deze hoofdpersonages gemeenschappelijk hebben is zelfreflectie. We worden meegesleept in hun redeneringen en zien de motivatie van hun handelingen. Er is zeer weinig reflectie van Watanabe. Er wordt amper verklaard waarom hij dingen doet, en vooral waarom hij dingen niet doet.

 

  • Hij handelt bijna niet. Hij deed gewoon niets. Alsof hij niet opzij zou springen als er bijna een bus over hem reed. Hij zou gewoon een stapje opzij zetten zodat de bus rakelings langs hem reed. Wat ik hiermee bedoel is dat hij een onverschilligheid had die me verwarde en ook gevaarlijk overkwam. Ik voel me veilig in mijn handelingen omdat ik over dingen nadenk voor ik iets doe. Watanabe niet en dat geeft een soort onaantastbaarheid. Zo schrijft Midori (een vriendin) een dramatische brief naar hem waarin ze zo goed als haar liefde aan hem verklaart. Het moment dat hij haar wil schrijven uit schuldgevoel, of om het recht te zetten (ik weet niet goed wat zijn aanleiding is omdat er ook niet echt een zelfreflectie is), besluit hij last minute om toch maar een ander meisje te schrijven. Hoe kan iemand zo onverschillig zijn?

  • Er overkomt hem verschrikkelijk veel voor iemand die nooit initiatief neemt. Ik vond het niet natuurlijk, omdat in alle andere boeken hoofdpersonages op hun eigen manier de leiding nemen in het boek. Watanabe wordt heel het boek lang overreden door gebeurtenissen. Oké, het kan zijn dat één meisje je leuk vindt, maar twee is al uitzonderlijk. (zonder dat hij ook maar verleidelijk had geknipoogd) Daarbovenop nam de populairste jongen hem spontaan mee op nachtelijke ‘avonturen’. Watanabe moet toch wel een héél speciale jongen zijn om zo veel aandacht te krijgen zonder dat hij zelf ook maar een vinger uitsteekt.

Is al bij al dit hoofdpersonage wel realistisch door deze drie zwakke eigenschappen?

 

Ik vind van wel, vanwege dit fragment, de laatste zinnen van het boek:

(Watanabe belt Midori eindelijk op om dingen met haar bij te leggen en een nieuw leven met haar te beginnen):

Where are you now?” Where was I now? Gripping the receiver, I raised my head and turned to see what lay beyond the phone box. Where was I now? I had no idea. No idea at all. Where was this place? All that flashed into my eyes were the countless shapes of people walking by to nowhere. Again and again I called out for Midori from the dead centre of this place that was no place.

Ik heb gehuild na dit fragment. Ik was boos op Murakami. Ik had het boek ‘s avonds bij de hand gepakt om mijn zorgen te verliezen in het boek, en dan kreeg ik dit bevreemdend open einde. Het was zo bevreemdend dat het me pijnlijk verwrong. Waarom kon hij gewoon niet een mooi gesloten happy ending geven? Waarom plezierde hij de lezer niet?

Omdat hier de lezer niet primeert, maar de personages. Bij dit besef vielen mijn puzzelstukjes op zijn plaats. Murakami heeft heel het boek lang Watanabe met de losse teugel laten rondlopen. Hij forceerde Watanabe niet in bepaalde richtingen om een sterk plot te krijgen, nee Murakami hield van zijn personages en liet hem daarbij ook zichzelf blijven. Ik zeg niet dat je met een goed plot altijd slechte personages hebt, maar automatisch worden er imperfecte details van het personage weggelaten als het niet past in het plot. En dat heeft Murakami niet gedaan, hij liet Watanabe zijn wie hij was. Alsof Watanabe hem een verhaal had ingefluisterd en Murakami het zonder vragen heeft neergepend.

Dus ik denk niet dat ik enkel uit frustratie heb gehuild, maar ook door de overweldiging van de puurheid van het boek. De zuivere liefde van Murakami voor Watanabe blijft tot de laatste regels verderleven. Murakami geeft geen moer om mij, de lezer, maar liet Watanabe zijn verwarde zelf zijn. Als ik erover nadenk zou het inderdaad onnatuurlijk zijn voor Watanabe om meteen in de armen van Midori te vliegen na alles wat hij had meegemaakt: hij heeft de zelfmoord van zijn beste vriend en niet veel later van zijn mystieke liefde, Naoko, meegemaakt. Deeltjes van Watabe’s ziel zijn twee keer meegenomen in de zelfmoord van dierbaren. Hij is kapot en uit elkaar gevallen, en het is niet zeker dat Midori deze gapende gaten ooit nog zal kunnen opvullen. Watanabe belt Midori omdat hij hoopt verder te kunnen gaan met zijn leven, maar er is niets meer dan die hoop. Hij is zo uiteengevallen dat hij niet eens in staat is zich over te geven aan Midori. Vandaar dat hij niet weet te zeggen waar hij is.

Slot: Ik denk dat die drie eigenaardige eigenschappen dus uiteindelijk niet zo onnatuurlijk zijn, integendeel. Misschien ben ik zo geïndoctrineerd door alle andere boeken die hoofdpersonages vaak levendig en toegankelijk maken dat ik deze persoonlijkheid niet meteen begreep.

Ik denk hierbij dat het hoofdpersonage uiteindelijk niet een zwakte is van Murakami, maar juist een sterk punt.

Where are you now?” Where was I now? Gripping the receiver, I raised my head and turned to see what lay beyond the phone box. Where was I now? I had no idea. No idea at all. Where was this place? All that flashed into my eyes were the countless shapes of people walking by to nowhere. Again and again I called out for Midori from the dead centre of this place that was no place.

Ik ga dit einde herwerken naar het ideale (voor de lezer): hoe het dus zou zijn moest Murakami hebben toegegeven aan de lezer.

‘Waar ben je nu?’ Ik glimlachte. De opluchting vulde me bij het horen van haar ruisende stem aan de andere kant van de telefoon. Ik had sinds een lange tijd weer het gevoel dat ik weer voorzichtig kon beginnen ademhalen. Ik zei waar ik was en hing op. De conversatie langer rekken had geen nut, we hadden een heel leven voor ons om dingen bij te praten, elkaar te leren begrijpen en te leren liefhebben. Na een klein halfuur zag ik haar gezicht in de menigte verschijnen. Ze had een vastberaden tred, het leek alsof de menigte rondom haar week. Ze was duidelijk nog steeds boos, ik had haar dan ook drie maanden in de steek gelaten, maar met een paar scherpe opmerkingen gleed die frons ook weer van haar gezicht. Ik was aan het trillen van opluchting en haar snerende woorden gleden langs me als wind. Ik bood haar mijn arm aan en we wandelden naar huis.

Dit einde zou bevredigender zijn, maar je voelt al aan dat met dit einde het boek minder lang zal blijven hangen dan met het open einde. De puurheid van het personage Watanabe gaat verloren met een gesloten einde als dit. Sommigen vinden een boek met een open einde slecht, maar ik vind dat een slecht boek niets met je doet. Je vergeet het boek vanaf het moment je het neerlegt. Een goed boek achtervolgt je in je dagelijks leven en heeft je onder het controle, het speelt met je emoties. In dit geval heeft het me doen breken. Ik hou ervan om gebroken te worden door een boek.

Dexter: laatste aflevering (spoilers!)

Auw.

Het was alsof de regisseurs er geen blijf meer mee wisten. Het klonk als één grote mop. ‘Hahaha, Debra gaat dood en Dexter wordt een houthakker!’ Wat?

Debra mocht inderdaad wel dood. Niet omdat ik haar een stom personage vind, integendeel, maar omdat er wel wat drama mocht zijn om de happiness in evenwicht te houden. Er moest gewoon iémand dood. Ik was de hele tijd bang dat het te happy-endig zou zijn: Dexter die happyhappy met Hannah in Argentinië een mooi leventje zou leiden, Debra die trouwt met Quinn en haar job terug heeft… Dat zou een veel te rooskleurig einde zijn tegenover de rauwe en lugubere sfeer van serie. Maar in de plaats van een snuifje drama toe te voegen, was het alsof ze even met een bulldoser alles van de serie, samen met de kwaliteit ervan, hebben verwoest. Het was gewoon belachelijk onhandig.

Dexter deed diegenen die hij liefhad altijd pijn en daarom wou hij zich voor altijd afzonderen. (Wat eerst leek op een dramatische zelfmoordpoging in een slecht getrukeerde orkaan, maar uiteindelijk werd hij dan toch maar houthakker.) Ik vind dat Dexter gewoon een emotionele pussy is en zich te veel wentelt zelfmedelijden. “Mijn leven is zo tragisch boehoe.” Nee, je vergeet dat je liefje, Hannah ook een moordenares is en zich wel kan redden. Dat leventje had nog wel kunnen werken. Met Debra wat minder omdat zij er morele complexen van kreeg, maar die ging toch dood.

Ik zeg niet dat ik het perfecte einde had kunnen vinden, maar ik zou al een tien keer beter einde hebben als ik Dexter geen houthakker liet worden.

Ik ben er weer

Ik heb lang niet meer geschreven, maar ik kan niet meer niet schrijven. Zoals Aidan Chambers ooit zei: “Ik heb ooit geprobeerd te stoppen met schrijven, maar toen werd ik ziek.”

Ik ben voortdurend blijven schrijven in mijn gedachten. Ik sta op het punt de brij van mijn gedachten uit te kotsen als ik ze nu niet neerschrijf. Ik heb zo veel te vertellen, zo veel meer dan enkel over boeken. Onzinnige, lugubere en fantastische ideeën. Er zit zo veel pijn en heerlijkheid in me om over te schrijven. Dus nu ga ik stapje voor stapje elke klank terug tot woord, tot zin, tot tekst vormen nadat ze maanden in mijn gedachten hebben zitten gisten.

Waarom mijn gedachten de wereld in gooien? Geen idee. Ik weet gewoon dat ik moet schrijven, over grote wereldproblemen, maar ook over hoe peterselie elk gerecht kan verpesten.

The Catcher in the Rye – J.D Salinger

365px-Catcher-in-the-rye-red-coverDit is een puberboek op de juiste manier. Dit boek is niet het stereotiep van een de puber die op het einde van het boek opeens wél vriendjes en een leven heeft. Dit boek is wat een puber van 17 jaar heeft neergeschreven. (niet echt natuurlijk, maar in theorie had het gekund) Het gaat over een jongen die voor de zoveelste keer van school is geschopt. En het laat hem allemaal een beetje onverschillig. Hij doet zich niet ouder voor dan hij werkelijk is, maar eerder jonger omdat hij zich daar comfortabeler in voelt. Dat maakt de diepzinnige dingen die hij zegt een stuk puurder dan een puber die al denkt dat hij een 60jarige filosoof is. Ik heb een beetje medelijden met dit personage omdat hij levenslust kwijt is. Hij gaat dingen doen die hij vroeger leuk vond maar geraakt halverwege verveeld en gaat over in een ander impulsief idee. Klinkt misschien als een zielig verhaal nu, maar je moet het lezen dan zul je voelen dat het recht naar je hart reikt, omdat deze jongen diep vanbinnen in iedereen wel zit of heeft gezeten.

De schrijfstijl is ook zeer opvallend. Zo begint het boek: ‘If you really want to hear about it, the first thing you’ll probably want to know is where I was born, en what my lousy childhood was like, and how my parents were occupied and all before they had me, and all that David Copperfield kind of crap, but I don’t feel like going into it. In the first place, that stuff bores me, and in the second place, my parents would have about two haemorrhages apiece if I told anything pretty personal about them.’

Hij gebruikt eigenlijk weinig variatie in zijn schrijfstijl en taalgebruik, amper vergelijkingen. Maar hij heeft het grote voordeel dat hij in spreektaal schrijft. Hij kan in herhaling vallen (hij zegt bijvoorbeeld veel: “That killed me”, omdat hij er zeer onder de indruk van was of juist geschokt) maar je kan het hem niet kwalijk nemen omdat hij het tegen je lijkt te spreken, in de plaats van dat hij een brief aan het schrijven is. Iemand die aan het woord is onderbreek je ook niet om te zeggen dat hij die uitspraak nu al vijf keer heeft gebruikt, nee, daardoor komt de emotie die hij op dat moment wil uitdrukken gewoon op een sterker naar boven. In het begin kan het wel een beetje storend zijn aangezien hij achter elke zin ‘.. and all’ lijkt te plakken, maar je geraakt er vrij snel gewend aan. Nu heb je misschien het gevoel dat dit boekje een marginaal niveau nul schrijfstijl heeft, maar dat is niet zo. Marginaal nul niveau schrijfstijl zou zijn dat je het niet kon lezen omdat er geen ritme in de zinnen zit en te lange ingewikkelde onderschikkingen en nevenschikkingen,.. maar hierin kan je niet stoppen met lezen omdat het alles behalve vermoeiend of onaangenaam is. Het sleept je mee alsof je met iemand aan het rondwandelen bent en hij een hele namiddag een gebeurtenis uit zijn leven vertelt. Daarom lijkt het me ook een goed boek voor mensen die eigenlijk niet zo graag lezen: het is dun en vlot zonder dat het een tikkeltje van zijn waarde verliest.

Ik voelde me op een nieuwe manier zeer dicht bij het hoofdpersonage, alsof hij me in vertrouwen nam om zeer persoonlijke dingen te zeggen terwijl hij zich normaal gezien nogal onverschillig en afgesloten opstelt tegenover de wereld. Ik voelde me niet een indringer in zijn hoofd, maar eerder een makker die er was om te luisteren.

Voor ons, in deze tijd, lijkt dit boekje misschien al een apart geval, maar in de periode dat het net uitkwam was het werkelijk een heel nieuw spectrum dat het opende. Zoals je uit de inleiding kan afleiden was het inderdaad de gewoonte om zoals in David Copperfield of Jane Eyre eerst langzaam op te bouwen, de situatie te schetsen, enzovoort. Maar hij valt het hier gewoon meteen met de deur in huis, en dat moest in die tijd een echte schok teweeg hebben gebracht. Dat vind ik wel leuk aan dit boekje, dat het uit het niets een nieuwe verhaalstijl heeft ontwikkeld. Het is zo’n dun simpel boekje, dat een deel van de schrijverswereld en vele puberharten heeft veroverd. Zoals de kleine David die de reus Goliath heeft overwonnen.